Trots!

Mijn '20vAlphen training' blog en mijn wedstrijdverslag 'Afzien in Alphen' uit 2011. Tot zo'n 350 woorden terug gebracht in het Witte Weekblad. Hieronder op Spitsvondig lees je de hele verhalen

Mijn ’20vAlphen training’ blog en mijn wedstrijdverslag ‘Afzien in Alphen’ uit 2011.
Tot zo’n 350 woorden terug gebracht in het Witte Weekblad.

Hieronder op Spitsvondig lees je de hele verhalen.

Advertenties

20 van Alphen Training

Om de hapering uit mijn motivatie te halen schrijf ik me zo af en toe in voor een
(prestatie-) wedstrijdloop.
Zo heb ik een stok achter de deur, en iets om naar toe te trainen.

Het afgelopen jaar heb ik best veel hardloopwedstrijden gelopen.
Genoeg om onderscheid te kunnen maken tussen de grote, drukke evenementen.
En de gezellig kleine landelijke loopjes door de polder.
Het massale van bijvoorbeeld de 10K van de CityPierCity waar je soms door de drukte niet kon hardlopen en gedwongen werd stukken te wandelen.
En de grote gaten die soms vallen tussen lopers bij een ‘kleine loop’.
Zodat je soms honderden meters voor je of achter je niemand ziet.
En het dus lijkt of je helemaal alleen loopt of dat je ergens een afslag gemist hebt.
Ook al is het soms afzien. Ik geniet van elke kilometer.

Wedstrijdjes lopen is leuk. Maar er kan er maar een de leukste zijn.
Hij komt er weer aan. De 20 van Alphen! Op de eerste zondag van maart.
De openingsklassieker van het hardloopseizoen, door mijn eigen Alphen a/d Rijn.
Hier is voor mij de “Kick” het grootst, zijn de toeschouwers het bekendst de “flow” het lekkerst.
En de route van finish naar huis het kortst.
De 20 van Alphen is geen wedstrijd maar een evenement.
Niet te klein en zeker niet te massaal, precies goed.

Dit jaar heb ik het langzaam opgebouwd.
Eerst had ik me ingeschreven voor de 5K en de 10K samen.
Maar daar zie ik eigenlijk geen uitdaging meer in.
Dus heb ik me toch maar weer ingeschreven voor de volle 20km.
De businessloop met shirtsponsor Team Ovendo inclusief looptrainingen verzorgd door Pursue Personal Training.
Ik heb nog nooit eerder een looptraining gehad en loop nog gewoon ‘als een boer met liespijn’ en dat zal ik ook altijd wel blijven doen.
Ik houd nooit zo van het groepsverband maar het is een leuke groep.
Of je nu moet vechten om de 5km uit te lopen of een mooie tijd loopt op de 20km,
we zijn allemaal gelijk en allemaal winnaar.
Schermafbeelding 2015-01-19 om 09.26.13
Het zijn interessante lessen gelukkig geen loop techniek, maar versnellingen en sprintjes om het aëroob en anaëroob vermogen te trainen.
Iets wat ik me altijd voorneem om te doen, maar telkens vooruit schuif.
Maar gegeven door drilinstructeur Danny moet ik wel.
Ik merk dat ik er wel beter van wordt en m’n ademhaling en hartslag weer sneller daalt na een sprintje.

Danny weet waar hij het over heeft en nog belangrijker, hij weet het ook over te brengen.
Leuke trainingen op de zondag ochtend. Daar kan ik niet altijd bij zijn door wedstrijdjes, stapavonden of luiigheid.
En verder om dat ik hardlopen naast mijn fitness “het er maar even bij doe”.
Het voordeel van lopen is dat het altijd kan, en dus niet op bepaalde tijden.
Maar je zit wel aan tijden vast bij een training en dat komt niet altijd uit.

Dit jaar ga ik proberen mijn PR op de 20K uit 2011 te verbeteren.
Mijn sportieve voornemen voor 2015 is dan ook onder de 1:35:55 te eindigen.
( scroll omlaag voor mijn verslag uit 2011 )
Ik heb nu meer langere afstanden gelopen dan toen maar ben nu wel een kilo of 7 zwaarder…

Het wordt zwaar, maar daardoor zeker een uitdaging.
De 20vAlphen al het andere is slechts training.
 welcome_gold

De hel van Egmond

Normaal bereid ik me weken voor op een wedstrijd langer dan 10 kilometer.

Daar train ik dan celibatair en geheel onthoudend naar toe. Ja echt.
Dan loop ik nog een grote afstand in de week ervoor. M’n kleding leg ik al dagen van te voren klaar.
Ik doe m’n haar op het laatste moment zo aerodynamisch mogelijk.
Bijna autistisch ben ik daarin. Alles moet perfect zijn.

Omdat ik door een blessure van Huibert op het laatste moment toch nog een startbewijs kreeg. (bedankt Huibert en beterschap)
Sta ik slecht voorbereid aan de start van de halve van Egmond.
Heel anders dan ik gewend ben. Ik zie wel hoe het loopt…

De eerste wedstrijd van het jaar loop ik met Matthieu en Marco drie kale kerels dus. (Matthieu heeft nog wat suggestief haar rond het blote eilandje op z’n achterhoofd, maar is eigenlijk ook gewoon kaal)

Het is gelijk weer een lange en zware loop, misschien wel de zwaarste tot nu toe.
Veel regen, kou en snoeiharde wind stoten…

Tenminste dat was de weersvoorspelling.
Die wind was er wel en hard ook!
Koud: het was licht frisjes, maar alleen richting de start.
Regen: geen druppel.
We hebben niet echt in een startvak gestaan. De boel was een beetje ontregeld.
Waarschijnlijk doordat de start een half uur opschoof, door de hoge zeewaterstand en wind.
Het was eigenlijk 1 groot startvak, waarin we gelijk konden doorlopen over de start en hoppa hollen!

Door de rommelige start is het vreselijk druk gelijk na de start, en komen we er al snel achter dat we beter een paar vakken eerder hadden kunnen starten.
Die lopers in eerdere startvakken lopen in een sneller tempo. Ons tempo.

Het hele parcours is druk. File lopen.
Om maar op tempo te blijven, lopen we het parcours grotendeels links en we halen zo veel mensen in.
Tempo is alles! De eerste 3 kilometer door het dorp gaan moeilijk.
We worden gezandstraald door de harde wind. Door de drukte kom ik niet in mijn ritme.
Dan het strand op voor 7 kilometer zand-happen.
Dan hebben we dat maar vast gehad denk ik.

Harde zeewind. De schuimkoppen vliegen ons om de oren.
En ik denk aan Texels bier, daar zou ik er nu wel 1 van lusten. Droge bek!
Er vormt zich een looppad van zo’n 3 meter breed, daar moeten we het mee doen.
Wil je sneller dan moet je mensen inhalen over on-platgetrapt mul zand aan de linker kant of natte voeten rechts in nat zand.
Wij kiezen weer voor links.
Dat wil zeggen mijn loop matties, tweevoudig “Marathon talent Matthieu” en aanstormend “Marathon talent Marco” kiezen voor links. Ik hobbel er achteraan.
Elke keer als ik versnel en weer bij ze loop denken ze: hij is er weer, we kunnen verder!
En dat is heel vermoeiend. Dat ga ik niet nog eens 16 kilometer vol houden, en denk eraan ze te laten gaan.
De zwaarste van hun twee weegt 80 kilo. Mijn weegschaal gaf van de week toch echt 95 kilo aan.
Zij zijn minimaal 15 kilo in het voordeel…
Maar dan merk ik dat ze me wel in de gaten hebben en niet verder dan een meter of 10 afstand houden.
Met een loper of 15 tussen ons besluit om achter ze te blijven hangen.

De tranen worden door de felle wind uit m’n ogen gezogen, en ik ben niet eens verdrietig?
Zware kilometers over het strand. Ik vecht me er door het zand. Er komt straks asfalt houd ik me voor..
Dit is pure zelfkastijding, maar dan met als hoger doel een medaille.

Bij het 10km punt buigen we af van de zee over het mulle zand omhoog richting de duinen, dat gaat me dan wel weer verrassend makkelijk af.
Slalommend baan ik me een weg omhoog tussen de mensen voor me.
Nu loop ik voorop, want ik zag een “gat”, en omhoog ben ik gewoon sterker dan de rest.
Boven gekomen loop ik wat rustiger langs de drankpost tot m’n matties weer bij zijn.

De duinen. Niks geen asfalt, gewoon dor gras, struiken, helmgras en zand.
De wind valt weg achter de bomen. Het is gelijk warm zo uit de wind.
Een smal pad van een meter of 2 breed met ernaast bosjes, kuilen en heuveltjes.
Waar ik dan maar overheen spring om maar bij te blijven en op tempo.
Dat lukt me niet. Ik kom er gewoon niet langs…
Marco laat zich ook terug vallen, het ‘eilandje’ loopt ver voor ons.
Helemaal rechts buitenom zie ik een doorgang en spoor Marco aan om me te volgen.
We trekken een sprintje van zo’n 50 meter over de zachte bemoste grond en lopen weer vlak achter Matthieu.

Marco had nog gezegd dat we niet op tijd zouden lopen, maar gewoon “lekker lopen”.
Wat voor die 2 vedergewichten “lekker lopen” is, is voor mij flink aanpoten…
Na 16km krijg ik het echt zwaar. Ik loop al een paar kilometer met een blaar op de bal van beide voeten.
Het voelt net of ik 2 extra gel-inlegzooltjes heb, een zachte landing dat wel. Maar pijnlijk.
We zijn er bijna. Nog 4,1km een Rondje Zegerplas houd ik me voor. Dat moet lukken.
Nog een laatste stijging op de beruchte Bloedweg. Bovenaan weer volle wind tegen. Wat een hel!
Een kerel naast me doet z’n schoenen uit en gaat op blote verder. hmm? oke…
 FullSizeRender
De laatste kilometer loopt weer heerlijk, er stonden overal veel mensen langs de kant maar hier is het heel druk.
Ik zoek Marco achter me. Geen eindsprint dit keer, we finishen samen.
ik zou nog wel kunnen versnellen maar ik krijg er net als in de hele wedstrijd er de ruimte niet voor.
We finishen in 1:45:34 en 1:45:35. Juist ik ben toch weer sneller dan m’n haas.
Trost op mijn eindtijd en mooie medaille.Het was het afzien meer dan waard en zeker de zwaarste loop.. tot nu toe.

Of ik volgend jaar weer mee doe? Hell Yeah!

Continue reading “De hel van Egmond”