12km Ploeteren op karakter

Een harde knal, was dat het startschot?
Nee dat kan toch nog niet, dat zou veel te vroeg zijn?
Die harde knal was het dicht slaan van een garagedeur.
De garagedeur die ons naar het rode startvak -met een eindtijd tot 1 uur- in de pitstraat moet leiden.
Als een guillotine word hij met een knal voor ons omlaag gegooid, door een alpha-mannetje die gelijk wegloopt.
Hij lijkt gefrustreerd of boos?
We proberen of we er nog in kunnen, maar de vrijwilligers die er nog wel staan kunnen er ook niks aan veranderen.
Ik laat me humeur er niet door verpesten. Het is tenslotte mooi weer.
Dat mooie weer komt met bakken uit de hemel.
We sluiten aan in het paarse vak achter ons. Het vak met een eindtijd vanaf 1 uur.
Langzamere lopers, en wij staan helemaal achteraan. Dat wordt dus inhalen straks.
Met Norbert, Mike, Gerco zijn broertje Marcel sta ik zeik nat te regenen.
Wat een heerlijke sport dat hollen.
Tien minuten na onze -rode- startgolf worden we dan eindelijk los gelaten.
De eerste 4km gaat over het circuit.
Normaal is dit de fase van warm worden, maar vandaag van nog natter worden.
Alles wat nog niet helemaal nat was, is het nu wel. M’n regenjas in niet meer waterdicht.
Van het plekje waar ooit m’n kruin zat tot m’n grote teen ben ik drijfnat.
Maar ik warm langzaam op. De broertjes Zuijdam lopen al gelijk op de zaken vooruit.
Die 2 vedergewichten zie ik pas weer na de finish.
Mike heeft er ook zin in, en verdwijnt langzaam voor mij en Norbert uit het zicht.
Laat maar gaan. Een mooie tijd wil ik niet lopen, zolang het maar onder het uur is.
Terwijl ik op m’n horloge kijk schiet Norbert van me weg.
Na even zoeken zie ik hem 10 meter voor me.
Na een sprintje loop ik weer naast hem, en begrijp waarom hij er vandoor ging.
We lopen achter een stuk motivatie. Norbert heeft smaak.
Het voordeel van een trager startvak is wel dat de dames hier echt dames zijn, Met rondingen enzo.
Na 3 heerlijke minuten moeten we door. Volgens m’n berekeningen moet er gas bij.
Redelijk warm begin ik aan het zwaarste stuk van het parcours en van m’n hele hardloop-carrière.
Wat een hel, heerlijk. Windkracht 8 tegen(!) met harde regen.
Norbert schiet weer weg, nu laat ik hem gaan.
Rustig uit de wind achter iemand hangen is er niet bij.
Iedereen loopt een stuk trager dan ik en daarom haal ik continu mensen in.
Links en omdat ze de regels niet kennen of vergeten zijn ook rechts.
Ploeteren door het mulle zand. Is dit leuk? vraag ik aan een man naast me.
Maar hij kan alleen maar lachen en zegt: ja dit is leuker dan op de bank.
Ik denk dat hij niet zo’n leuke vrouw heeft, maar durf het niet te vragen.
Hier zo langs de kustlijn vallen veel mensen stil. Op zoveel wind kun je ook niet trainen.
Met dit weer zou ik sowieso de geplande training overslaan.
Mijn doorweekte regenjas werkt me tegen.
Het lijkt wel of ik verstrengeld ben in een vlieger. Een windvanger.
Als we eindelijk het strand af mogen, vallen de meeste lopers stil.
Vorig jaar was dit ook het zwaarste gedeelte.
Steil omhoog door mul zand, maar dit jaar is het bijna onmogelijk.
Ik bots tegen iemand op, die ineens rechts tot stilstand komt.
Op snelheid wil ik er langs. Niet stil vallen. Tempo. Ik moet door!
Nog 4km door het dorp, dat met dit oerhollandse weer een stuk minder gezelliger is dan vorig jaar met zonnig weer.
Mijn hartslag is nog nooit zo hoog geweest, maar hersteld razend snel.
Vorig jaar koste me dat herstellen echt honderden meters. Nu een kleine 20. Ik ben dus in topconditie.
Dat kan ik helaas niet van iedereen zeggen, links zie ik een ambulance met zwaailichten aankomen.
Vlak voor me worden de dranghekken weg gehaald, hij moet het parcours dwars oversteken.
Doordat ik even aanzet hoef ik niet te stoppen.
De laatste kilometers heb ik wind in de rug en dat voelt goed.
Zeker in de vlieger die ik aan heb. Ik vlieg de finish over in 00:59:58
Schermafbeelding 2015-03-30 om 20.18.53
Door een hele aardige mevrouw wordt mijn medaille om gedaan.
Dik tevreden.
Volgend jaar weer.
Maar dan wel met zon, want dat hoort bij Zandvoort.
Schermafbeelding 2015-03-30 om 20.43.57
Advertenties

Doodgaan zonder te sterven

Kapot gaan vindt ik fijn. Fysiek kapot gaan.
Lichamelijke inspanning, geeft mij de beste ontspanning.

Mezelf afbeulen in de sportschool, hangend aan het ijzer.
Of op mijn mountainbike crossen en verdwalen in een wild vreemd bos.

Maar mijn passie ligt vooral op het uitgestrekte asfalt, het mulle zand, heuvelachtig gebied.

In een veel te strakke broek, te dure sportschoenen.
Een riem met flesjes water en gelletjes.
Horloge voor mijn hartslag, snelheid en gps voor als ik echt verdwaal.
Meer heb ik niet nodig. Geluk kan soms zo simpel zijn.

Regen, kou en wind houden mij niet tegen.
Kilometers maken. Alles op eigen kracht.
Een vroege zondagochtend.
Een donkere polderweg. Met bijbehorende landelijke mest geur.
Nog voor de wereld ontwaakt, een gordijn van dauw over de weilanden.

In de kou de zon op zien komen.
Wanneer een ‘normaal’ mens op staat doe ik abnormale dingen, abnormale afstanden.

Het aftasten van mijn grenzen. Mezelf uitdagen. Een doel voor ogen hebben. Getriggerd blijven, ergens naartoe trainen.
Kilometers van huis op plaatsen waar ik nog nooit ben geweest, en dan toch mezelf tegenkomen.
Heerlijk!

Het afzien. Het ‘waar ben ik in godsnaam mee bezig’.
Het willen stoppen. Doorzetten.
Doodgaan. De knallende pijn in m’n kuiten. Karakter bouwen.

Langzaam gaat het doodgaan over in: Zo hey wat mooi hier. Hier ben ik echt nog nooit geweest.
Dat waren toch alweer 10 kilometertjes, daar moeten sommige mensen jaren voor trainen. Doe ik toch maar ff.

Euforie. Mede mogelijk gemaakt door te stoppen met roken.
Genieten. Endorfine, Adrenaline, De ontlading. Voldoening.
Dat heb je toch maar weer mooi gedaan kale.

M’n hoofd leeg.

Dan leef ik.

Mijn ontmaagding

Dat het pijn gaat doen is zeker.
Alleen wanneer het begint en hoe lang het duurt weet ik pas op 12 april.
Mijn grote dag.

Een snelle 10 kilometer was vorig jaar al een hele opgave voor me.
Maar de wedstrijdjes zijn wedstrijden geworden.
En het Alphense “rondje meer” is nu alleen nog maar een “rondje extra”.

Dit jaar loop ik mijn eerste hele marathon. In Rotterdam.
De volle 42.195 km. Wat een krankzinnige afstand.

Die hele wilde ik eigenlijk voorlopig nog niet lopen.
Maar ik ben nu al zover gekomen.
En omringt door mensen met meer ervaring, toewijding en overgave dan ik zelf heb.
Zij denken dat ik het kan, dus dan kan ik het ook.
En dus moet het maar gebeuren.

Een halve of hele marathon is wel weer een andere discipline dan een snelle 10K.
Het herstel erna duurt dagen. Voeding wordt belangrijk.
En we lopen op een lager tempo. Waar ik slecht aan kan wennen.

Ik heb sterk het vermoeden dat m’n “overall- snelheid” ernstig omlaag gaat.
Dat moet dan maar even, snelheid komt later wel weer.
Het geeft me wel weer een kick dat ik in training 30 kilometer kan lopen zonder al te veel ongemakken.
Tenminste niks wat Sudocrem niet kan verhelpen…

30 km is de afstand van mijn langste training.
De laatste 12,195 km loop je op karakter zeggen ze…
Ik zal er snel achter komen hoeveel karakter ik werkelijk heb.

Of het nou nieuwsgierigheid is of krankzinnigheid.
Ik ga het gewoon doen.

Op 12 april ga ik me samen met wat hardloop-matties wagen aan de bijna heilige 42.195km.
Mijn grote marathon ontmaagding.

Mijn Krankzinnige hardloopmaatjes

Dat sport verbroedert is algemeen bekend, als je samen sport ken je elkaar door en door, en heb je weinig geheimen voor elkaar.
Wij hardloopmaatjes stellen ons ook veel te kwetsbaar op in onze veel te strakke broeken.

We delen dezelfde spanning voor een wedstrijd, maar we hebben allemaal onze eigen -bijgelovige- rituelen.

foto 3

Mijn hardloopmaatje van het eerste uur Marco is de snelste en de meest gedreven van het team. Hij praat graag aan 1 stuk door, en vaak over z’n hamstrings.
Ik weet ook dingen over hem, die ik liever niet wil weten.
Zo eet hij bepaalde E-nummers -waar hij niet tegen kan- om zo z’n maag vlak voor de wedstrijd in 3x goed te legen, want extra ballast vindt hij onhandig.
Verder smeert hij z’n “onderkantje” altijd goed in met Sudocrem tegen rauw worden voor de wedstrijd of training.

Mirella of Mirellie -kan het wel, maar denkt van nie-
Een feestbeest en diva. Ze schrijft zich alleen in voor wedstrijden om daarna te klagen dat ze het niet kan of niet wil. Terwijl ze het wel gewoon kan, mits ze traint.
Ze is nergens zonder haar mental coach Ashley.

Nice Asshley heeft een broekentic of tight fetisj. Voor elke weertype en elke gemoedstoestand en/of gelegenheid heeft ze een bijpassende tight.
Met meer hardloopkleding in de kast dan gewone kleding verschijnt ze elke race weer oogverblindend aan de start, met jaloerse blikken van mannen en vrouwen als gevolg.

Richard “The Bossman” is gek op donuts en sigaretten.
Hij plakt altijd heel nauwkeurig en minuten lang zijn tepels af met pleisters “tegen schuurwondjes” zegt hij dan. Maar we weten allemaal dan hij het gewoon heel fijn vindt om in ons bijzijn aan z’n tepels te rommelen.
Het blijft een ongemakkelijk gezicht om een volwassen man met het shirt onder z’n kin te zien.
Na 1 kilometer ziet hij er al uit alsof hij een marathon gelopen heeft. Hij weet iedereen over te halen voor een nog langere afstand.

Mijn ideale pacer is Martin. Hij is net een stille dieselmotor met cruise control. Hij praat weinig en loopt heerlijk strak op tijd.
Als hij op 5:30 min/km wil lopen dan doet hij dat ook.
Versneld moeiteloos. Dat is een gave.

“Last but not least” Johnny Bravo(ure).
Hij draagt z’n startnummer als een lendendoek.
Als je vraagt waarom dat is, zegt hij: aërodynamica!
Ik heb geen idee wat dat betekend, maar volgens mij doet hij dat uit onzekerheid. Hij is vlak voor de wedstrijd ineens heel stil en teruggetrokken.

Met zijn kolossale bovenlijf en dito benen is hij een goeie windvanger.
Hij snijd door de wind als een ijsbreker door ijs. Alsof het hem niks doet.
Met een klein zuchtje wind lopen er dan ook veel mensen strak achter hem. -soms zelfs toeschouwers-
Dat kan ook komen door zijn geweldige bilpartij.

Met zijn 96 kilo is John een voorstander van gewichtsklasse indeling bij wedstrijden.
Als dat er ooit doorkomt gaat hij zich richten op olympisch goud op de marathon. Nu vist hij elke keer achter het prijzen-net.

Zijn expertise is zijn explosieve kracht en vooral zijn eindsprint van soms wel een kilometer is ongeëvenaard.
Zelfs Marco heeft dan het nakijken, en wordt dan met 12 seconden ingehaald door deze topper.

Bij elkaar zijn we een geweldig team.
Waar je wel voor kan finishen, maar waar je nooit van kan winnen.

We zijn winnaars en allemaal net zo krankzinnig.

Een loodzware CPC

Ruim twee uur te vroeg komen we aan op een gezellig druk Malieveld.
Een koud windje maar volop zon. 16 graden. Korte broekenweer!
De eerste wedstrijd dit seizoen met mijn blote, bleke knieën.
Geen ondershirt. 1 laagje is genoeg en een dun laagje zonnebrand op m’n kale bats, dat dan weer wel.

CPC

Helaas weer geen Mudmasters voor mij.
Graag had ik mensonterend languit als een varken door de modder getijgerd en gezwommen in water waar 2 weken geleden nog ijs op lag.
Maar ik heb iets leukers, de niet minder commerciële CPC in Den Haag.

Vorig jaar liep ik nog de 10K nu sta ik met Matthieu, Norbert en Richard vooraan in startvak 1C voor de halve marathon. Dat is maar goed ook, want wat is het weer druk, en vooraan staan heeft dan voordelen.

Matthieu gaat voor een mooie tijd en schiet dus gelijk met het startschot weg.
Norbert, Richard en ik gaan niet voor een toptijd 5:20 tot 5:30 min.p/km is mooi.
De eerste kilometers laten we ons meevoeren in een te hoog tempo daar heb ik gelijk al moeite mee.

Norbert loopt veel te makkelijk en heeft nog veel humor onderweg.
Mijn kuiten zijn nog niet goed hersteld na de 20vAlphen merk ik al snel, en het hoge tempo waarin we lopen kan en wil ik niet aanhouden… Pijn!

Ik kan Gaby nu wel even gedag zeggen als ik haar voorbij loop.

De mannen -beide in groen shirt- lopen zo’n 3 meter voor me, en ik kom alleen steeds bij als ze een drankpost nemen.
Na een kilometer of 14 lopen ze zover voor me dat ik alleen nog af en toe een groene schouder van Richard boven de andere lopers uit zie komen.
Ik loop -op mijn tandvlees- door in mijn eigen rustige tempo.

Het is zwaar maar erg druk langs de kant, doordat mijn naam op m’n startnummer staat hoor ik mensen die ik niet ken mij persoonlijk aanmoedigen. En dat werkt wel. Ik geniet. Gaby haalt me ineens moeiteloos in ze ziet me niet eens.

In de laatste kilometer komt er een man -van ik schat een jaar of 50- naast me lopen. Hij vraagt hoe ver het nog is. Nog 800 meter zeg ik, je kan nu je eindsprint inzetten. Lachend zegt hij dat hij van niemand hoeft te winnen en dat hij al blij is als hij hem uitloopt. Dan loop je nog een mooie tijd zeg ik!

Ik probeer nog wel iets van een eindsprint, en zie ineens Richard weer voor me verschijnen. Dichterbij dan ik had verwacht.
Hij finished 20 meter voor me.

Ik druk hem af op 1:50:07 het was zwaar, warm en geweldig! M’n kuiten zijn kapot.

Richard laat zich zakken op het Maliegras en viert de zwaartekracht.
Ik vraag hem of hij die met veel kabaal naderende ambulance heeft besteld. Later bleek er iemand niet goed geworden te zijn na de finish en te zijn overleden in het ziekenhuis.
Dat blijft nog wel even in m’n hoofd zitten. Wat een domper op zo’n mooie dag Klote sport.

De afterparty is in het stulpje van Asshley. Mooi appartement, maar waarom zo hoog. Waarom geen lift!
Aan elke trapleuning van haar vier verdieping tellende trappenhuis trek ik mijn 96 kilo omhoog.

Het overwinningsbier de kip en chips smaken goed.

Wat een feest, het was het weer allemaal waard!

De 20 van Alphen

Een jaar of 10 geleden vond ik het maar irritant, die weg afsluitingen omdat er zo nodig een hardloopwedstrijd gehouden moest worden in mijn Alphen a/d Rijn.

Als je zoals ik in hartje centrum woont, dan heb je er al snel hinder van.
Tot dat jezelf een keer meeloopt…
Want nu begint het de dagen voor de “20 van Alphen” al te kriebelen, als ik de dranghekken langs de weg klaar zie staan voor de wedstrijd.
Heerlijk die gezonde spanning voor de wedstrijd en hier in mijn eigen Alphen a/d Rijn is die het grootst.

Ondanks mijn lange afstandstrainingen wil ik toch ook een mooie tijd lopen.
Misschien m’n PR 1:35:50 uit 2011 verbreken?
Mijn allereerste wedstrijd was de “20vAlphen” van 2010. Een thuis wedstrijd.
Wandelend naar de start, 10K zo hard mogelijk naar de finish, door naar de kroeg en daarna weer kruipend terug naar huis. Ideaal!

Dit jaar pakken we het wat professioneler aan, met een sponsor enzo.
Samen met wat loopmaatjes en nog een heleboel andere fanatiekelingen lopen we in een kek paars shirtje van team OVENDO.
En dat is een eer want het is bijzonder goed geregeld.
Trainingen op zondagmorgen verzorgd door Pursue Personal Training.
En een afterparty met gratis bier en bitterballen. Gratis bier is altijd goed!

We worden keurig naar het startvak begeleid. Een bijna leeg startvak, dus we staan lekker vooraan.
De laatste zenuwachtige minuten voor het startschot zijn gezellig en gaan dus snel.
Asshley trekt weer de aandacht met een nieuwe hardloopbroek, ze heeft meer thights dan ik onderbroeken heb..

Bam!
Het startschot maakt van de wedstrijd een evenement de wedstrijdspanning valt weg, we zijn in 1 klap allemaal winnaar.
Het grote genieten kan beginnen. We schieten weg uit het startvak, ik loop voorop.
Geen idee hoever m’n maatjes achter me lopen.
Rechtsaf de julianabrug op hier is het ieder jaar nog erg druk.
Op de Oranje Nassausingel krijgen we pas wat ruimte.
Volgens mijn horloge ga ik te hard, en zo voelen m’n kuiten ook. Kneiterhard.
Ze zijn niet goed warm gelopen en toch vol aan het werk gezet. Pijn! Uitgerekend nu.
Maar ik loop wel door die pijn heen, denk ik.

Het eerste rondje door het centrum kom ik nog niet aan genieten toe. In strijd met mezelf, zo dicht bij huis zal ik opgeven?
Nee, ik moet die gouden plak halen.

In de lus richting de baronie loop ik ineens naast blogger Gabriella Rietmeijer.
Ik heb haar nooit gesproken maar wel gelezen.
Van spreken komt nu ook niks, te druk met mezelf.. En met de pijn.
Het trekt door naar de onderkant van m’n voeten, het voelt alsof m’n zolen van hard plastic zijn.
Zeurende pijn bij elke stap, maar ik geef nog niet op.
De Albert Schweitzerbrug lijkt dit jaar een stuk hoger en langer. Voordat ik de Bruins Slotsingel opdraai kijk ik rechts over m’n schouder of ik misschien bekende zie.
Richard duikt links achter me op en vraagt wie ik zoek. Ja jullie natuurlijk, zeg ik lachend, ik dacht dat ik het helemaal alleen moest doen. Ik laat me terug vallen en loop naast hem en ‘stille dieselmotor’ Martin.

Hij vraagt hoe het gaat. Goed! lieg ik. Geen zin om uit te leggen wat er is, en daar hebben we toch niks aan.
We hobbelen nog een stuk door voor ik wordt gelost.
M’n begintempo lag gewoon te hoog ik schroef het wat omlaag en moet ze laten gaan.
M’n tempo wil maar niet boven de 5 minuten per kilometer uitkomen. Met gevoelloze voetzolen lukt het bij kilometer 8 eindelijk om rustiger te lopen. Het kan ook door het “windje mee” komen maar ik kom eindelijk in mijn wedstrijd, het gaat de goede kant op. Richting finish.

Ik krijg weer babbels en maak zelfs een praatje met het ‘magere marathon mannetje’ naast me. Die snelheidsverlaging heeft me goed gedaan.
Voorbij het 10km punt denk ik al weer aan versnellen..

In de lus op de Bruins Slotssingel zie ik Dre lopen. -het voordeel van zo’n lus is dat je eerst ziet wie er voor je loopt en als je de lus genomen hebt ook wie er achter je loopt-
Dre loopt op zo’n kilometer afstand voor me. Ik schreeuw hard: Linting!
Maar hij heeft de Benny Neyman cassete in z’n walkman veel te hard staan.
Ik had het kunnen weten dus “Waarom roep ik zijn naam nog?”
Hij loopt stoïcijns door.

Kort daarna zie ik de fluoriserend gele schoentjes van John Suijker hij vliegt soepel over het asfalt, met zijn blik op oneindig.
Een paar honderd meter achter hem zie ik Martin en Richard. Zij lopen al ruim 300 meter uit de lus die ik nog moet maken. Ik gok dat ze dus in totaal 600 meter voor me uitlopen.

We maken contact en ik schreeuw lachend en heel voorbarig dat ik eraan kom.
Na de lus loop ik het hele stuk weer terug.

M’n loopmaatjes zijn weer uit m’n zicht verdwenen.
Ik denk weer aan opgeven, maar nu anders..
Ik wil me voor volgend jaar opgeven. De energie lijkt terug en goed ook!

Aan het eind bij de Ridderhof gaan we rechtsaf richting het centrum hier hebben we harde wind van rechts.
Mijn rechtervoet word tegen mijn linker kuit geblazen. Ik zet aan om snel weer uit te wind te lopen.

Opeens zie ik Martin en Richard weer lopen.
Ik loop in op ze, en denk eraan ze in te halen.
Aan hun loopje te zien zitten zij er al aardig doorheen.

Op zo’n 5 meter afstand blijf ik achter ze hangen en besluit pas in te halen in de van Boetzelaerstraat.
Op de Oranje Nassausingel kan ik het niet laten om te vragen of er nog een eindsprint in zit.
Een korte sprint en ik loop naast ze, hun gezichten spreken boekdelen.
Ze geven geen kik maar ik zie dat ze er klaar mee zijn.

john Richard Martin

Veel te vroeg zet ik mijn eindsprint in, nog ruim een kilometer voluit.
De van Boetzelaerstraat gaat als een waas aan me voorbij, Ik hoor vaak m’n naam roepen of Ovendo!
Ik waan me winnaar. Wat is dit kicken!

Nog ff uitkijken op die verraderlijke klinkers die bij de V&D beginnen tot aan de finish.
M’n horloge druk ik af op 1:38:01. Tevreden. Bier en Bitterballen.

Op sleeptouw door de polder

Zondagochtend 10:00 22 februari 2015 Polderloop.

Samen met Richard ren ik vanuit Alphen een dikke 8km naar de kantine van voetbal vereniging Hazerswoudse Boys.
Als we niet 2 keer verkeerd waren gelopen en geen ererondje bij ”Pursue” hadden gemaakt, had het ook best in 6km gekund.
Maar Richard wist de weg… ik geef niemand de schuld.

Met de fiets had ik het een pokke eind gevonden zo door de koude polder, maar hardlopend heb je het snel warm en valt de afstand mee.

We houden allebei niet van voetbal dus daar komen we niet voor.
Hard door de polder lopen dat is wat we komen doen.
Net als vorige maand. Toen liepen we hier “een halfie” maar na de snelle 5km gister, tijdens de Zegerplasloop. Staat er vandaag een mooie 15km op het programma.
Een goeie training voor de 20vAlphen van volgende week en de Rotterdam marathon op 12 april.

De laatste tijd ben ik door die langere afstanden een stuk trager geworden dus deze korte loopjes moeten op vlot tempo om zo m’n snelheid terug te krijgen.

Het is heerlijk weer, het ijs op de poldersloten en op de weg(!) smelt als sneeuw voor de voorjaarszon. Er waait wel af en toe een koud windje. Al met al prima loopweer.

Na het startschot druk ik op m’n horloge op start, de tijdregistratie doen we weer zelf.
Al snel ren ik met Martin naar de kop van het peloton.
We laten Elvira en Sandra achter ons. Ze lopen de 10km samen, gevolgd door een vieze man die op reuklengte strak achter ze blijft hangen. Een ‘vrouwenzweet-snuffelaar’ Gadverdamme. Freak!

Richard doet het weer eens rustig aan. Asshley in haar camouflage broek (sommige dingen moet je niet camoufleren) twijfelt nog welke afslag ze neemt, die van de 10 of de 15.
Richard wil haar mee op zijn 15km want zij heeft sigaretten en hij vuur.

Martin neemt me mee op sleeptouw. Hij wil de eerste 5km op 5:20min/km lopen en daarna iets versnellen naar 5 minuten per kilometer. Normaal heb ik altijd moeite met tempo wisselingen.
Maar we doen precies zoals hij het wil, en dat lukt nog ook.
zelfs op het onverharde stuk van ruim een kilometer weten we de 5 min/km nog strak aan te houden.
Martin loopt als een machine hij slaat geen drankpost over, en het zijn er veel!
Ik loop steeds door en hij is elke keer na een paar slokken en stappen snel weer bij.
Hij versneld de laatste 3km nog even ik volg maar heb het zwaar op dit tempo.
Het sleeptouw knapt… Hij finisht ruim 600 meter voor mij.

polder1

Ik loop met een eindtijd van 1:13:17 geen PR wat me verbaast. Ik ben diep gegaan.
Die PR tijdens de zevenheuvelenloop liep ik veel makkelijker.
Een snelle loop en duurloop zijn 2 hele verschillende disciplines.

Dertien minuten later komt Richard aan met z’n 2e vrouw. Ik bedoel natuurlijk met de 2e vrouw!
Asshley is met een tijd van 1:26:14 de 2e vrouw op de 15km.
Ze heeft zich toch over laten halen om de 15 te lopen. Met succes.

Elvira en Sandra lopen de 10km net boven het uur.
Ze hebben hun krachten gespaard. Volgende week tijdens de 20vAlphen zullen ze iedereen verrassen…

Het was weer een mooie loop. Het 15 kilometer parcours is mooier dan dat van de halve marathon.

We rijden lekker met de auto naar huis ik ben gebroken en blij dat ik zit. Toch weer 23km in de benen.

Stoppen

Dik een jaar geleden op luchthaven Barcelona in de taxfree shop kwam ik tot het besluit. Het moest maar eens stoppen.

Ik stond m’n sigaartjes uit te zoeken tussen enkel ‘instant pleasure types’.

Van die veel te dikke, lelijke en ongeïnteresseerde mensen.
Met hun winkelmandjes vol sloffen sigaretten, en een shitload aan chocola en suikerwaren.
Ik voelde me even 1 van hen. Een vreselijk naar gevoel.
Het was waarschijnlijk een moment opname dat de tabak afdeling ook de vleesgeworden desinteresse afdeling was. Maar het zette me positief aan het denken over mijn ongezonde eigenschap.

Stoppen per 1 januari was geen optie.
Goede voornemens in het begin van het jaar zijn voor losers die bijvoorbeeld een sportschool abonnement afsluiten voor een heel jaar.
En dan 2 of 3 maanden een beetje kansloos slaapwandelen op een loopband.
Wat fitness toestellen verkrachten en daarmee dus ook hun eigen lichaam, omdat ze totaal geen idee hebben wat ze doen.
Om dan vervolgens de rest van het jaar ”slapend lid” te zijn omdat resultaat uitblijft.
-Ga eerst eens een jaar naar een goeie sportschool, waar je wat leert voor je maar ‘’wat” doet in een goedkoop fitness center.-

Nee ik deed het anders.
M’n laatste kistje sigaren raakte precies een jaar geleden leeg dus toen ben ik gestopt.
Mijn longen zijn dus al een heel jaar rookvrij.
Wat een verschil. Reukvermogen, longinhoud, uithoudingsvermogen!
Dat had ik eerder moeten doen. Ik had er eigenlijk helemaal niet mee moeten beginnen.
Het past niet bij me. Het past bij niemand als je er goed over nadenkt.

rook

Het afgelopen jaar heb ik door niet te roken ruim €500 bespaard…
Nou ja ‘bespaard’ is niet het goede woord.
Ik heb ruim €500 niet in rook op zien gaan aan een ongezonde, vieze gewoonte.
Dat geld heb ik nu geïnvesteerd in mezelf en besteed aan startbewijzen, hardloopschoenen en een GPS-sporthorloge.

Dat je sowieso zwaarder wordt als je stopt met roken is bullshit.
Van een gebrek aan discipline wordt je zwaarder.
Je moet gewoon niet meer eten in je mond stoppen dan toen je nog rookte, en wat gaan doen met de energie die je extra hebt.

-Kanttekening
Bezint eer ge euh… stopt. Want als je stopt ben je een ex-roker.
En ex-rokers zijn de fanatiekste anti-rokers.
Die een soort anti-rook religie verkondigen om maar zoveel mogelijk andere te laten stoppen.
Daar zijn rokers niet altijd van gediend… tot het je lukt ze te laten stoppen.

Wil je toch stoppen? google dan eens op: Alan Carr stoppen met roken.
Dat boek heeft mij geholpen en zal jou ook helpen, en is ook online te lezen.

Een mooiste cadeau dat je jezelf kunt geven is een goeie gezondheid.

Blik op oneindig – Polderloop Hazerswoude-dorp HM

Blik op oneindig – Polderloop Hazerswoude-dorp HM

Zondag 25 januari 2015.

De omstandigheden zijn perfect. Droog, windstil een graad of 6 en een vroege start om 11:15.
Het grote voordeel van een “kleine loop” is dat je een snelle tijd kan lopen, het is er vaak niet druk en je hebt lekker de ruimte.
De Polderloop in Hazerswoude-dorp is er zo een.
Een simpele loop door de polder.
Georganiseerd door voetbal vereniging Hazerswoudseboys.
Lange stukken asfalt in het polderlandschap.
Wel drankposten, weinig publiek, geen tijd registratie.
Blik op oneindig en gewoon hardcore hollen!

Wie me een jaar geleden had verteld dat ik ooit een halve marathon zou lopen had ik voor gek verklaard.
Zeker na de eerste volle ’20 van Alphen’ wat me niet al te best afging, hield ik het maar bij “veilige’ 10km loopjes.
Maar het afgelopen jaar ben ik heel geleidelijk aan steeds langere wedstrijden gaan lopen.
De 10km werd 15km, dat weer 10em. en nu deze…
Dit wordt alweer mijn derde halve marathon in 5 weken tijd.
Een beetje ge-puched door m’n loopmaatjes die langere afstanden moeten lopen in aanloop naar een marathon.
Ik hobbel wel mee, het gaat me best goed af.
Meestal train ik niet langer dan 10km maar in een wedstrijd loopt het lekkerder en gaat er een mentale knop om.
En denk ik niet aan opgeven. Zeker bij deze loop niet, we lopen met z’n vieren dus het is nog gezellig ook.

Die snelle tijd gaan we vandaag niet neerzetten.
Het plan is een rustige duurloop van zo’n 11km/u. een tempo dat we lang vol kunnen houden.
Met Martin, Marco en Richard loop ik een mooie 11,4km/u.
Een lager tempo zou beter zijn, maar dat wil helaas niet lukken.
De rest van het toch al kleine deelnemersveld zijn we na een kilometer of 8 al kwijt.
Niet alleen verdwijnen ze achter ons, maar door het lage tempo waarin wij lopen ook vooral voor ons.

We lopen in viermansformatie alleen in de polder.
En dat gaat best goed, we kunnen nog gewoon praten.
Vooral Marco doet dat onophoudelijk.

We zijn voor de start afgezet door Sandra en Nice Ass’hley die laatste in haar strakke hippe roze broek…
De dames lopen samen met Johannis de 10 km en zijn al thuis als wij weer bij het clubgebouw van v.v. hazerswoudseboys aankomen.
Want om helemaal uit onze comfort-zone te komen hebben we besloten om na deze 21km gelijk door naar huis te lopen.
Een uitdaging.

We lopen de halve in een krappe 1:50 en gaan gelijk door na een korte ‘water en sinaasappel pauze’. Vanaf dat moment doet het pijn. Die 2 minuten stilstaan doen me geen goed.
Het kost me toch zeker 3km om door de spierpijn in m’n bovenbenen heen te lopen. Daarna hebben we de gang weer te pakken.
Nog 4 km richting Alphen, het huis van Richard… maar vooral zijn koelkast met koud bier.

28 kilometer in totaal in een tijd van 2:28 mijn langste afstand… tot nu toe.
Ik had de 30 nog wel vol willen maken, het ging me eigenlijk makkelijk af.
Maar een koud biertje is ook wel erg lekker en zeker verdient.bier