De Oranjeloop, een nieuw PR! … of toch niet?

Je mag verwachten dat na zeven edities de kinderziektes er wel uit zijn.
In Ter Aar is dat niet helemaal waar.

De Oranjeloop.
Ik was er vorig jaar ook bij, het weer is hetzelfde als toen.
Bewolkt met af en toe een spetter.

Over spetters geschreven, Ashley loopt vandaag en is jarig.
Ik durfde het niet te vragen, maar ze is nog geen dertig denk ik.

We verzamelen in het gezellige, kneuterige sporthalcafe
“De Vlinder”.
En blijven daar lekker hangen tot vlak voor de start, die 400 meter verderop is.

Geweldige sfeer weer in Ter Aar.
Een kleine loop. Weinig lopers, veel polder. Heerlijk.

Bij de start gaat het mis.
Rechts in het startvak voor de start staat het erepodium.
Als hardloper ben je een beetje autistisch.
Je kijkt tijdens de start naar je horloge. Niet naast je, niet voor je.

Dus er loopt iemand knetterhard tegen het erepodium.
Hij valt een paar meter bij me vandaan.
Richard staat dichterbij en is ook in zijn vrije tijd “waakzaam en dienstbaar”.

Ik loop -al twijfelend- over de start dus ik moet door.
In m’n ooghoek zie ik dat Richard hem opraapt.
Komt goed denk ik.

De kwebbeldames Sandra en Asshley staan goed opgesteld achterin het vak.
Hun zie ik pas weer een uur later.

Gas erop.
Met Gerko slalom ik de eerste kilometer langs mensen.
Maar al snel krijgen we ruimte.
We trekken een klein sprintje zodat we bij Norbert lopen.
Die ons al snel verlaat.
Hij slaat linksaf voor de 15km en wij rechts voor de 10km.

Gerko loopt net even een stapje harder dan ik.
Dus ik wordt gelost. Toch loop ik snel voor m’n doen.
Het is maar 10km dus het mag.

Na de marathon weet ik niet of ik nog snel kan, en of ik dat 10km vol houd.
Ik test mezelf. Gerko blijft op 100 meter voor me in zicht.

Tussen de kilometer aanduiding naast de weg en mijn horloge zit een steeds groter wordend verschil.
Zoals altijd houd ik mijn horloge maar aan.

Het duurt zeker 1 hele kilometer voor ik de oudere man voor me in kan halen.
Hij loopt een mooi tempo. Allebei geen zin om te praten.
We lopen een tijdje samen op. Maar er zit meer in bij mij.
Ik ga door.

Tot kilometer 8 gaat het goed. Dan krijg ik het zwaar.
Dat mag ook wel in dit tempo.
Met een gemiddelde van 4:29 gaat het heel goed.
Dat verwacht ik niet zo 2 weken na de marathon.
Ik verbaas mezelf.

De oudere man achter me hoor ik dichterbij komen, gevolgd door nog een paar lopers.
Ik zet nog ff aan, ze mogen er niet langs.
Dat lukt me.

Gerko loopt nog steeds is zicht.
Het gat is kleiner. Hij finisht in 41:00

De 20 kilo verschil vertaald zich in 45 seconden.
Want ik finish in 41.45 maar ik kom nog ruim 800 meter te kort volgens m’n horloge.
Balen. Ik had een PR kunnen lopen als ik de 10km vol had gemaakt.
Oranje

Iemand verteld me dat we in het begin een rondje door de wijk hadden moeten lopen.
Maar ze waren vergeten dat aan te geven.
Net zoals ze het erepodium waren vergeten weg te halen.
Een vergissing is menselijk. Twee ook, maar wel heel jammer.

Als aandenken een bidon en een oranje plantje.
Dat we gelijk aan de jarige Asshley geven natuurlijk.
Ze voelt zich even koningin van Ter Aar… van nog geen dertig jaar.

Al met al weer een leuke loop. Volgend jaar ben ik er zeker weer.
Maar dan moeten de kinderziektes er wel uit zijn.

Advertenties

Als een zombie over de streep

De emotie van een marathon.
Je moet het mee gemaakt hebben om het echt te kunnen begrijpen.
Ik begreep het ook niet.
 –
Volwassen mannen die huilend hun medaille om krijgen.
Als je even verder denkt is het eigenlijk niet zo heel vreemd.
De maandenlange training die op “race day” tot uiting komt.
De wedstrijd spanning op de dag zelf. Alles is belangrijk.
 –
Hoe voel ik me? Is m’n uitrusting op orde? Ben ik goed uitgerust?
Heb ik goed gegeten en gedronken? Genoeg of te veel? Krijg ik daar last van?
Moet ik nog plassen of houd ik het nog wel 4 uur op?
Dat is alleen nog maar de voorbereiding.
Dan de race zelf.
Je gaat kapot! Laat dat duidelijk zijn.
Je zoekt je grens op en gaat daar kilometers over heen.
Dat doet pijn.
Als de pijn begint ben je nog maar op twee derde van de 42.195km.
Volgens sommige begint de marathon pas bij 30 kilometer.
Bij 35 wil je echt niet meer. Alles doet pijn. Alles.
Je spieren, zelfs je longen en luchtwegen irriteren.
 –
Dat alles vergt niet alleen iets lichamelijks, geestelijk ga je ook stuk.
 –
Je bewustzijn wordt een beetje uitgeschakeld lijkt het wel.
Misschien een natuurlijke reactie op onnatuurlijke afstanden?
 –
Sommige atleten komen als een zombie over de streep.
Grauw. Emotie-loos.
 –
Na de finish komt het bewustzijn langzaam weer terug.
De emotie. En die emotie is dan even niet te controleren.
Vandaar die tranen.
20x30-RMBG7284

Marathon Rotterdam

De heenreis is al gezellig.
Met Martin, Marco, Mike, Norbert, en Richard stap ik in een trein die al vertraging heeft voor hij in beweging komt.
Dus we hobbelen het perron weer op.
We pakken de trein via gouda, en dus niet via Leiden.
IMG_3582
Ruim op tijd komen we aan in Rotterdam. Tassen-iname gaat vlot.
Behalve bij ”Marco strakke voorbereiding Domburg”.
Hij had z’n eigen sporttas mee, en niet de verplichte marathon tas.
Dus hij moest weer terug naar het station. Een kluisje huren.
Om 09:45 lopen we een druk startvak 2 in.
Behalve ”Marco strakke voorbereiding Domburg’’ hij mag er niet in.
Hij heeft startvak 1 op z’n borstnummer staan, dus hij moet doorlopen naar startgolf 1. Kinderachtig.
-Later blijkt ook nog dat z’n horloge al voor de start was overleden. Gecondoleerd Marco.
En dat hij ook geen telefoon bij zich had. Geen muziek waar hij normaal wel mee loopt en geen app voor zijn tijden.-
Op een hoogwerker in de verte kwijlt Lee fucking Towers wat in een gouden microfoon.
Om 10 uur eindelijk het verlossende startschot.
Startgolf 1 mag weg. 10 minuten later wij.
Marco zien we niet meer terug. Jammer.
Vedergewichten Mike en Norbert schieten al gelijk weg.
Zij willen 03:45 lopen.
Ik loop hem zoals ik al had verwacht met Richard “The Bossman” en “Stille diesel met cruise control” Martin.
We hopen net onder de 4 uur.
Maar het is mijn eerste hele, ik weet niet wat ik na 30 kilometer nog kan verwachten van mezelf.
Het is vreselijk druk. En niet alleen langs de kant.
Op het parcours is het slalommen om doorgang te vinden.
5km.
Het verrast me dat ik nergens pijntjes heb.
Normaal doen m’n kuiten pijn de eerste 3 kilometer.
Misschien was een week niet sporten wel een keer goed voor me.
10km.
Ondanks alles is mijn “mindset” goed.
-dat komt ook door de hartverwarmende reacties op mijn vorige blog. Bedankt!-
We nemen elkaar nog in de maling, er word gelachen.
Richard ziet er al uit alsof hij er al een marathon op heeft zitten.
Hij klaagt dat hij wil roken. Geen gekke dingen dus.
Kilometer 11 voert ons over een smal fietspad.
Hier is het alleen maar slalommen. Mensen inhalen.
Veel te druk. En dat 4 kilometer lang.
15km.
Net na de drankpost in de bocht zien we Gerard staan.
Met daarvoor onze vrouwen die veel te uitbundig ons staan aan te moedigen. Dat geeft energie.
Rond 16 kilometer, een pijnscheut in m’n kuit.
Alsof er een spier te strak aanspant.
Fuck. Als dat maar niet doorzet, want ik moet nog wel even doorzetten.
Na een stap of 10 is de pijn weer weg.
20km.
We lopen met z’n drieën in een vlot tempo dat we lang vol kunnen houden, en slaan geen drankpost over.
In de lange training-duurlopen die we maakte had ik telkens maar 300ml water mee.
Dat drink ik nu per 5 kilometer. Dit is veel beter.
Misschien is een camelbag zo gek nog niet.
25km.
Hier hebben we eindelijk de ruimte. We lopen naast elkaar.
Een dj zegt door de microfoon dat de mannen van OVENDO mooi synchroon lopen.
En zo voelt het ook. We hebben een mooi tempo te pakken.
30km
Het is zo warm dat m’n zweet al verdampt op m’n huid en een wit zout laagje achterlaat.
Ik had m’n kale bats in moeten smeren.
Nog 10 kilometer denk ik bij mezelf.
De laatste 2 en een beetje loop ik wel uit.
Richard heeft het zwaar. Iets met een man en een hamer?
35km.
We wandelen bij de drankpost zo’n 30 meter. Rustig drinken.
Als we weer op tempo komen krijgt Richard het echt zwaar.
Niet veel later word hij met pijn in m’n hart gelost.
Samen met Martin schroef ik het tempo weer een beetje op van 5:50 naar 5:30 min/per kilometer.
40km.
Ik heb het al 5 kilometer zwaar.
M’n bovenbenen, longen en luchtwegen doen pijn. Ik ben op.
Wandelen is het enige waar ik nog aan kan denken.
Martin verdwijnt steeds verder voor me in de menigte.
Hij wil dat ik bij blijf, dat lukt me niet.
Nog 2 kilometer een een beetje.
De laatste 2 kilometer krijg ik geen vleugels, maar wel een hele brede glimlach.
Ik ga het flikken! En nog onder de 4 uur ook.
Langzaam ga ik dood, maar heb me nog nooit zo levend gevoeld.
Tijdens het lopen sluit ik m’n ogen. Wat is dit lekker.
Rechts langs de kant de vrouwen nog een keer. Met brede grijns loop ik juichend voorbij.
Ruim 800 meter voor de finish druk ik m’n horloge uit op 03:54:19 hij geeft aan dat ik er al ben.
Ik heb dus 800 meter van links naar rechts mensen ingehaald.
Op 3:57:15 loop ik over de finishmat.
Schermafbeelding 2015-04-12 om 19.12.43
Gesloopt. Zere voeten, benen. Spierpijn all-over.
Verbrande pan, lichte koorts en een maag die van slag is.
Moe, voldaan en apetrots.
Natuurlijk was er emotie tijdens het lopen.
Een benauwende brok in m’n keel en een traan soms, maar ook een glimlach.
Die glimlach krijg ik voorlopig niet van m’n gezicht.
Ik ben gewoon een fucking marathonloper van 96 kilo.

Rokjesdag is een klote dag

Vrijdag 10 april 2015. Rokjesdag.

De eerste mooie dag van het jaar is een klote dag.

13:15 m’n telefoon gaat.
Op het scherm staat: PA & MA THUIS
Er schiet een pijnscheut door m’n lijf.
Vandaag zou ze de uitslag van de PET-scan krijgen.

Ik druk op het groene telefoontje.
M’n moeder huilt. Van binnen breek ik, maar ik ben op het werk dus dat mag niet.

Na een gesprek van 39 seconden hangt ze op.
Ik kijk nog 5 minuten verdwaasd naar m’n telefoon.

Kanker. Godverdomme weer.
Nu een soort dat niet te amputeren is.
Uitzaaiingen. Maag, bot en lymfe, maar niet in haar rokers-longen.

Weer dat klote ziekenhuis, weer die onzekerheid.
Angst en verdriet. Weer dat gevecht.

De rest van de dag sta ik te schilderen in de zon, maar ik voel hem niet.
Rokjesdag, maar ik zie ze niet.
De liedjes op de radio krijgen een andere betekenis.
Dieper. Donkerder.

M’n gedachten dwalen af naar m’n vader.
Die gebroken naast de liefde van z’n leven op de bank zit, terwijl ze mijn broers en zus huilend belt.
Daarna de andere familie, vrienden, en kennissen het slechte nieuws verteld.
Net als 2 jaar geleden.

We lopen bij elkaar de deur niet plat, maar ik voel wel hun trots.

Mijn idealen vervagen. Die klote marathon aanstaande zondag.
Lichamelijk ben ik in topconditie “Marathon ready”.
Emotioneel een wrak, maar ik ga het gevecht aan.
Ik ga hem lopen.

Ik maak jullie nog trotser.
Pa & Ma voor jullie.

Klaagzang

Een grijze donderdag ochtend moet het zijn geweest.
Ergens begin dit jaar, in verzorgingshuis “De laatste adem” gaat de telefoon.

Goedemorgen met Marieke van Marathon Rotterdam.
Spreek ik met meneer Huijzer?

Na wat gehoest klinkt er een zware, donkere stem.
In plat Rotterdams zegt hij:
Ja daar spreekt u mee, zeg maar Leen hoor meid.
Ik weet al wat je vraag is…
Mijn antwoord is ja, met 1 voorwaarde.
Dat het startschot ook dit jaar weer elektrisch is.

Maar natuurlijk meneer Leen, we schieten al jaren elektrisch.
Oke Meisie. Just checking. Count me in!

Zo moet het zijn gegaan…

—–

Nu maanden later. Sta ik op de Coolsingel in het startvak.
De spanning is van mijn gezicht af te lezen, totdat ik ineens ernstig uit m’n concentratie wordt gebracht…

De spreekstalmeester kondigt hem aan, en treed zelf af van de provisorische verhoging tussen de startvakken.
Hij wil in het voorbij lopen zijn microfoon afstaan.

Maar Lee steekt zijn eigen ‘Mic’ omhoog, een van doublé goud ‘die kleurt mooi bij z’n protserige bril’.
Nog geen noot gezongen en ik erger me al kapot.
Wat een clowneske verschijning. Ik haat clowns.

Zijn jaarlijks terug kerende schnabbel, een sneu chauvinistisch Rotterdams schouwspel.

De eerste klanken van “You never walk alone” klinken door de schelle speakers.
Ik kijk het aan, puur om te zien of hij playbackt of niet.
En om me te ergeren.
Mijn ballen krimpen en kruipen langzaam omhoog.
De spanning maakt plaats voor agressie.

Ik kijk mijn loopmaatjes meelijwekkend aan.
‘Maak je borst maar nat John hij gaat hem helemaal zingen’ zegt er een.

De hel! Mijn lijdensweg is al begonnen, nog voor ons de weg geleidt wordt.

Waarom moet dit ieder jaar weer herhaald worden?
Een cover nog wel. Het succes van een ander herkauwen.
Als ik dat leuk vindt ga ik wel naar de vrienden van Amstel ofzo.
Wat een na gemaakte van een slecht voorbeeld. Ik wil hier weg!

De lopers om me heen kijken elkaar aarzelend aan en weten het ook niet.
Sommige beginnen als makke schapen mee te zingen.
Kippevel-moment. Nou ik krijg er een slappe plasser van.
Vre-se-lijk.
Ik zie zelfs mensen met tranen. Ik kan wel janken.

Er vraagt een Amerikaan in het Engels aan me wie die man op het podium is.
Ik lieg dat ik hem niet ken. Plaatsvervangende schaamte.

Mijn tenen krullen stuk voor stuk in mijn sportschoenen.
Scrollend zoek ik op mijn IPhone naar iets van de Osdorp pose.
Wat Amsterdams tegengas…

Maar ik doe m’n oortjes toch weer uit.
Dit moet ik doorstaan. Het hoort erbij.
De agressie die wordt opgebouwd in m’n lichaam, ga ik bovenhalen als ik er straks doorheen zit in de laatste kilometers.

Na hele lange minuten houd hij eindelijk op met zingen of playbacken.
Het leek voor mijn gevoel wel een half uur.

Rotterdam krijgt een krappe 4 uur de kans om dit goed te maken met mij, verspreid over 42,195 km.

Wat verlang ik naar het verlossende startschot.
Weg van dit misselijk makende toneelspel.

In mijn gedachte gaat de startkogel richting gouden bril.

Maar het startschot is ook dit jaar weer uit veiligheidsoverwegingen elektrisch.