Eindhoven de ergste

Om 6:00 gaat de wekker.
Een half uur eerder dan op een doordeweekse werkdag.
Om 7:00 in de auto en om 9:50 fris en redelijk fruitig in het startvak in ‘Eindhoven de gekste’.
img_7270
Vlak voor het startschot doet een voor mij onbekende dj z’n ding.
Hij probeert het leuk.
Alles is beter dan het ritueeltje dat Lee fucking Towers al veel te lang doet voor de marathon van Rotterdam.
 
Deze marathon ben ik anders begonnen dan de vorige twee, geen drooglegging, minder toewijding.
Ik heb er anders naar toe getraind en geleefd.
Deze keer loop ik minder voor mezelf.
William is ons leidend voorwerp van deze marathon.
Met 5 man gaan we hem hazen naar een mooie tijd, dit wordt zijn eerste marathon.
 
Na een kilometer of 3 raken we al 2 van onze lopers kwijt.
Richard is in bloedvorm en Maarten is volgzaam. Ik geef ze geen ongelijk.
Met de 3 overgebleven andere loop ik dapper verder.
We lopen gemiddeld 5:10min p/km maar worden nog vaak ingehaald.
Mijn idee is om in het begin wat sneller te lopen zodat we wat extra tijd hebben voor “verval” aan het eind.
En na een paar kilometer overgaan op 5:40min p/km en hem op die manier net onder de 4 uur uitlopen.
 
In de 5e kilometer wordt het langzaamaan drukker om ons heen.
We belanden in de kluwen lopers van de 3:45 pacer.
Pacers zijn als politie agenten, goed dat ze er zijn, maar eigenlijk moet je ver uit hun buurt blijven.
Ik heb een hekel aan pacers maar vooral aan de lopers die er als een schaap strak achter aan lopen.
Het is vaak hakken trappen en ellebogenwerk.
Een soort vrijwillig filerijden, maar dan hardlopend.
 
Samen met Harald laat ik me terug vallen en inhalen door de kudde rond de pacer.
William is met Melis voor die kudde terecht gekomen en uit het zicht verdwenen.
Die zien we zo wel weer denk ik.
 
Na nog geen 10km voel ik m’n bovenbenen langzaam vollopen.
Tijdens 2 van de lange trainings-duurlopen gebeurde dat ook, met veel pijn als gevolg.
Hier ben ik best bang voor geweest. Dat vol lopen, verstijven, verharden, en die fucking pijn die daar bij hoort.
Dat het zou gebeuren had ik min of meer verwacht maar dit is wel heel snel.
 
Kilometer 15.
Dit gaat zo niet. Ik ga uitstappen.
Deze pijn nu al, dit kan ik niet uitlopen.
In strijd met mezelf wel of niet, wel of niet? Ik word gek van de pijn en gek van mezelf gek maken.
Als Harald een plas-pitstop maakt neem ik een paracetamol. -ik ben er op voorbereid-
Paracetamol tijdens het hardlopen is natuurlijk niet goed maar deze pijn ook niet.
Of het werkt weet ik niet. De pijn blijft maar wordt in ieder geval niet erger.
Als Harald weer naast me loopt vraagt hij hoe het gaat, daar heeft hij meteen alweer spijt van.
 
Ergens bij de 18km staan de vrouwen langs de kant.
Ik doe net of ik lach als we voorbij rennen.
Eigenlijk wil ik uitstappen, eigenlijk moet ik uitstappen.
Nog steeds in tweestrijd met mezelf, maar ik loop door.
 
Pijn heeft een nieuwe dimensie gekregen.
M’n kop is nog goed, maar wat is het verdomme klote als je lijf niet wil.
Ik klamp me vast aan Harald. Hij is m’n laatste strohalm, als ik hem verlies, dan verlies ik alles.
Ik vertel hem hoe ik er voor sta en dat ik eigenlijk wel even wil wandelen, maar pas bij 30km.
Hij zegt gelukkig dat hij wel bij me blijft.
 
30km. Wandelend eet ik wat, honderd meter maar heerlijk.
 
Tussen m’n tenen voel ik iets knappen, waarschijnlijk een blaar.
Wel fijn dat de pijn in m’n bovenbenen de pijn onder m’n voet overstemt.
In een lange bocht in de 35ste kilometer zien we het leidend voorwerp, het blijkt nu ook een lijdend voorwerp te zijn.
Gelost door Melis wandelt William getergd.
Van een afstand roep ik z’n naam. Hij kijkt gepijnigd om.
Even later pikken we hem op en lopen met z’n drieën verder.
img_7277
De laatste loodjes.
M’n benen worden stijver en willen echt niet meer, maar mentaal word ik met de meter sterker.
Ik heb mijn lesje nederigheid wel weer gehad. Ik ben er zo klaar mee.
 
Als trio komen we uiteindelijk over de finish.
4:07:45
Natuurlijk had ik ook deze liever onder de 4 uur gelopen maar het mocht niet.
Je kan niet altijd 6 gooien.
Toch nog een soort van nieuw PR, Ik heb nog nooit zolang gelopen.
Deze marathon heeft niet de emotie zoals de 2 voorgaande of mijn beklimming van de Alpe.
Geen brok in m’n keel of tranen bij de finish.
Een marathon waar ik maar 10 kilometer van genoten heb en ruim 30 kilometer heb gedacht ik doe het nooit meer.
 
Nu een paar dagen later is de spierpijn bijna weg en kijk ik terug op een pijnlijke marathon.
Ik kan niet zeggen dat ik teleur gesteld of boos ben er is wel een last van m’n schouders.
Hardlopen werd door die verplichte duurlopen meer een last dan een lust.
 
Misschien heb ik het wel onderschat het is en blijft een fucking marathon.
42,195 kilometer krankzinnigheid.
Advertenties

Eindhoven

En dan is het ineens zaterdag 8 oktober, de vooravond van mijn derde marathon.

Een paar maanden geleden kwam het idee om William te hazen tijdens zijn eerste marathon.
In Eindhoven. Weer een andere stad en net onder de 4 uur is genoeg, dus ik was snel om.
Te snel.
Ze hebben mij nog nooit zo snel overgehaald om die krankzinnige afstand weer eens te doen.
We gaan dit keer met z’n zessen.
“Gedeelde smart is halve smart”

Naar deze marathon heb ik anders getraind.
Mijn basis conditie van een halve marathon, uitgebreid tot een 30er waar ik totaal kapot ging.
Zo erg dat ik van de spierpijn in m’n benen me s’nachts niet kon omdraaien.
Dan denk je toch meerde keren waar ben ik in godsnaam mee bezig?
Krankzinnig.

Eigenlijk ben ik er helemaal klaar mee, met dat hele hardlopen.
Handig zo’n marathon-dip vlak voor de marathon. De lol is er al een tijdje af.
In de vakantie door getraind. Wekenlang lange duurlopen, de meeste in een temperatuur boven de 25 graden.
Twee keer een duurloop waarbij ik finaal stuk ging, volle benen, dagen spierpijn.
Ik heb het even gehad met het ‘moeten’ lopen.
Deze week moest het verplicht minder en dat voelde heerlijk.
Geen horloge, m’n oudste hardloopschoenen aan en gaan.
Lekker met de hond “vogels kijken”.

Ik ben er echt klaar mee, maar ik denk ook dat ik er wel klaar voor ben.
Zeker weten doe ik het niet, bij een marathon heb je geen zekerheid.
Er gaat in die 4 uur zoveel gebeuren, daar is geen pijl op te trekken.

Wat ben ik blij als ik morgen de meet weer over mag lopen, dat het klaar is.
Na die streep wordt ‘moeten lopen’ weer ‘mogen lopen’.